Een visser op de rietoever van een polderplas, met de wind in het gezicht en golfjes die tegen de kant slaan

Windrichting en vissen: kies je de windkant of de luwe kant?

Er is geen windrichting die altijd de beste is om te vissen. Wat wel helpt is kijken wat de wind met jouw water doet. Wind duwt het bovenste water, en alles wat erin zweeft, naar één oever. Daar komt ook de vis vaak op af. Na een paar warme dagen is de kant waar de wind op staat daarom vaak het proberen waard, zeker voor karper. Is de wind koud, in de winter of het vroege voorjaar, dan kies je juist eerder een beschutte plek uit de wind. En in beide gevallen geldt: een stek waar je door de wind niet goed kan werpen of staan, valt gewoon af.

Wat bedoelen vissers met de windkant en de luwe kant?

De windkant is de oever waar de wind naartoe waait. Je staat daar met de wind in je gezicht, en je ziet golfjes tegen de kant slaan. De luwe kant is de overkant, waar de wind vandaan komt. Daar heb je de wind in je rug en ligt het water vlak bij de oever vaak rustig.

Wil je weten waar de wind vandaan komt, kijk dan niet alleen naar de weersvoorspelling. Aan de waterkant zie je het meestal sneller aan de golfjes, aan het riet en aan de kant waar blaadjes en schuim zich verzamelen.

Wat doet wind met het water?

Wind zet het bovenste laagje water in beweging. Dat water schuift naar de windkant, en daarmee ook wat erin drijft, zoals kleine beestjes en ander natuurlijk voedsel. De golfjes brengen daarnaast wat meer zuurstof in het water. Kleine vis komt op dat voedsel af, en grotere vis volgt weer de kleine vis of het voer.

Belangrijk is wel welk water er wordt verplaatst. Na een paar zonnige dagen is het bovenste water warmer dan het water dieper in de plas. Blaast de wind dat warme water naar één kant, dan is dat een reden om daar te gaan kijken. Is het bovenste water juist afgekoeld, na een koude nacht of een paar dagen kou, dan verplaatst de wind dat koude water. Dan is de windkant een stuk minder aantrekkelijk. Hoe temperatuur verder doorwerkt lees je in het artikel over watertemperatuur en vissen.

Wanneer vis je op de windkant?

Vooral in de zomer en na een periode van warm weer. Sportvisserij Nederland schrijft dat vissen op de windkant voor karper goed kan werken, maar meestal pas als het oppervlaktewater na een langere warme periode is opgewarmd. Ook een omslag in het weer kan de vis actief maken. In de winterse pentips voor karper noemt Sportvisserij Nederland het moment waarop rustig en helder weer overgaat in een stevige zuidwestenwind met zachte lucht en bewolking. Karper wordt dan vaak ineens een stuk actiever, zowel in de zomer als in de winter.

Dat is dus geen regel dat zuidwestenwind altijd vis brengt. Het gaat om de verandering: zachtere lucht, wolken en beweging in het water na een rustige periode.

Sta je op de windkant, zoek dan niet alleen de plek waar de golven het hardst tegen de kant slaan. Een hoekje, een inham of een plek waar de oever een bocht maakt, verzamelt vaak nog meer van het water en voedsel dat de wind aanvoert.

Wanneer kies je juist de luwe kant?

Als de wind koud is. Aan het eind van de winter en in het vroege voorjaar zit karper volgens Sportvisserij Nederland vaak uit de wind, in ondiep water dat de meeste zon krijgt. Dat water warmt eerder op, en een koude wind zou dat warme laagje juist weer wegduwen of afkoelen.

In de winter geldt iets vergelijkbaars. Bij harde wind kan een plek in een hoek van het water, die beter beschut ligt, een betere keuze zijn. Denk ook aan overhangende takken, rietkragen, sluisdeuren en brugpijlers. Die noemt Sportvisserij Nederland in dezelfde winterse pentips als plekken waar karper in die tijd van het jaar graag beschutting zoekt.

Kort gezegd: warm water en warme wind, dan kijk je naar de windkant. Koud water en koude wind, dan kijk je eerst naar de luwe, zonnige kant.

Hoe kijk je naar wind als je op roofvis vist?

Bij roofvis is de wind vooral interessant omdat hij de kleine vis verplaatst. Snoek, baars en snoekbaars jagen op witvis en aasvis, dus waar die zich verzamelt, is een roofvis niet ver weg. Wind maakt het water langs de windkant bovendien wat troebeler en onrustiger. Dat kan roofvis minder schuw maken, waardoor ze dichter bij de kant en hoger in het water gaan jagen.

Een logische aanpak is daarom om bij wind eerst de windkant afvissen met kunstaas dat niet te diep loopt, en pas daarna dieper gaan zoeken. Zie je veel kleine vis aan de luwe kant, dan begin je natuurlijk daar. Wat je ziet aan de waterkant weegt zwaarder dan de regel.

Kun je nog goed vissen als het hard waait?

Dat hangt vooral af van waar je staat. Met de wind in je rug werp je verder en blijft je lijn strakker. Met harde wind van opzij of in je gezicht krijg je een bolling in je lijn, zie je een aanbeet minder goed en komt je aas niet waar je wil.

Een paar dingen die helpen:

  • houd je hengeltop laag bij het water, dan heeft de wind minder vat op je lijn
  • vis met de feeder iets zwaarder dan je gewend bent, zodat hij op zijn plek blijft liggen
  • werp liever wat korter en nauwkeuriger dan zo ver mogelijk
  • kies bij twijfel een stek met de wind schuin in je rug, ook als die net minder mooi oogt

Let bij harde wind ook op je eigen veiligheid. Een natte, gladde oever of een hoge kade is met wind extra lastig, en een parasol of tent kan zomaar wegwaaien. Sportvisserij Nederland heeft een paar goede tips voor ongelukken aan de waterkant. Bij onweer ga je niet vissen, hoe goed de wind ook lijkt te staan.

Hoe ontdek je wat de wind op jouw water doet?

Elk water reageert anders op wind. Een ondiepe polderplas warmt snel op en koelt ook snel weer af, een diepe zandwinplas doet daar langer over, en op een rivier of vaart speelt de stroming mee. Wat op het ene water goed werkt, hoeft op het andere water dus niet te werken.

Daarom is het de moeite waard om bij te houden hoe het waaide als je iets ving. Welke windrichting was het, hoe hard waaide het, was de lucht warm of koud en aan welke kant van het water stond je? Na een paar visdagen zie je misschien dat je op jouw plas vooral vangt als de wind al een dag of twee uit dezelfde hoek komt. Dat is meer waard dan welke algemene regel ook.

Ben je nog bezig een water te leren kennen, lees dan ook hoe je een visstek kiest op onbekend water.

Hoe helpt Lurify je om wind en vangsten te koppelen?

Dat bijhouden hoef je in Lurify niet zelf te doen. Log je een vangst, dan slaat Lurify het weer bij je stek op: de windrichting, de windkracht in Beaufort, de luchttemperatuur en de luchtdruk, en of die steeg of daalde. Staat er een meetstation van Rijkswaterstaat in de buurt, dan komt de gemeten watertemperatuur er ook bij. Meet je zelf de watertemperatuur, dan kan je die in een eigen veld invullen. Je ziet het allemaal terug bij de vangst, onder Omstandigheden.

Eén ding om te weten: Lurify haalt het weer op via internet. Log je een vangst zonder bereik, dan wordt die gewoon meteen opgeslagen, alleen zonder het weer erbij.

Wil je vooruit kijken, gebruik dan Plan je trip. Je kiest een groep, een stek, de soort waarop je wil vissen en een dag. Lurify kijkt dan naar wat er in die groep al is gevangen: welke soorten er in de buurt vaak gevangen worden, met welk aas en op welk moment van de dag. Die trip kan je daarna met je groep delen, zodat je vismaten weten wanneer je gaat. Bij de stek zelf zie je ook het weer, dus je kan voor vertrek al bedenken of je beter op de windkant of juist aan de luwe kant kan gaan zitten.

Het blijft een hulpmiddel, geen voorspelling van een aanbeet. Maar hoe meer vangsten je logt, hoe beter je ziet bij welke wind jouw stek het beste werkt.

In de bèta

Leg je eigen vangsten vast

Lurify houdt je vangsten en stekken bij, ook zonder bereik. Meld je aan voor de bèta en vis mee.

Meld je aan voor de bèta