Je kijkt een visvideo en hoort: "Een dikke bak, vlak onder eigen kant!" Wat is een bak? En waar is eigen kant? Een bak is een grote vis. Onder eigen kant betekent vlak bij de oever waar de visser staat. Zo klinkt die zin meteen een stuk duidelijker.
Vissers gebruiken veel van dit soort woorden. Hieronder staan ze in gewone taal. Je hoeft ze echt niet allemaal te onthouden om te kunnen vissen.
Wat zeggen vissers over hun vangst?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Bak of dikke bak | Een grote vis. Wat groot is, verschilt per vissoort en per visser. |
| Meterbak of metersnoek | Een vis van minstens 1 meter lang. Een metersnoek is altijd een snoek. |
| PR of PB | Je persoonlijke record. PB komt van personal best, Engels voor je beste vangst. Vaak gaat het om de langste of zwaarste vis van een soort die je ooit ving. |
| Targetvis | De vis die iemand graag wil vangen. Soms bedoelt een visser één bepaalde vis, soms een hele vissoort. |
| Bijvangst | Een andere vissoort dan waarop je viste. Vis je op snoek en vang je een baars, dan is die baars bijvangst. |
Een bak is geen officiële maat. Wil je weten hoe groot de vis echt was? Vraag dan naar de lengte of het gewicht.
Wat gebeurt er als een vis bijt?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Aanbeet | Een vis pakt het aas. |
| Tik | Een korte, zachte aanbeet die je in je hengel voelt. |
| Beuk | Een harde aanbeet. |
| Run of fluiter | Een vis zwemt weg en trekt lijn van de molen. Je hoort dan soms de beetmelder piepen of de molen zoemen. |
| Dril | Je haalt een vis binnen die aan de haak zit. |
| Losser | Een vis die tijdens het binnenhalen van de haak schiet. |
Na een tik heb je dus nog geen vis gevangen. Soms voel je alleen even iets aan je hengel. Pas als de vis aan de haak zit en je hem binnenhaalt, ben je aan het drillen.
Wat bedoelt iemand met een sessie of een stek?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Sessie | De tijd dat je vist. Dat kan een uur zijn, maar ook een hele nacht. |
| Blanken | Niets vangen tijdens het vissen. Dat overkomt iedereen wel eens. |
| Instant vissen | Vissen op een plek zonder daar eerst dagenlang voer in het water te gooien. Dat voer strooien heet aanvoeren. |
| Stek | De plek waar je vist. |
| Hotspot | Een plek waar een visser veel vis verwacht. Je kan er natuurlijk nog steeds blanken. |
| Onder eigen kant | Vlak langs de oever waar je staat. Je hoeft dus niet altijd ver te werpen. |
Een stek die je vaker bezoekt kan je in Lurify op de kaart bewaren, met je vangsten erbij.
Welke woorden beschrijven de bodem?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Talud | Een schuin stuk bodem. Het water gaat daar van ondiep naar diep. |
| Taludvoet | De onderkant van dat schuine stuk. |
| Plateau of plaat | Een vlak stuk bodem dat minder diep ligt dan het water eromheen. |
| Geul of vaargeul | Een lange, diepere strook. Door een vaargeul kunnen boten varen. |
| Kuiltje of put | Een klein stuk waar het water dieper is. |
| Harde plek | Een stuk stevige bodem tussen bijvoorbeeld zachte modder. |
| Mosselbank | Een plek op de bodem waar veel mosselen bij elkaar zitten. |
Zie de bodem als een landschap onder water. Een talud is een helling, een plateau is een vlakker stuk en een kuiltje is een kleine laagte. Zo kan je je beter voorstellen waar iemand zijn aas neerlegt.
Welke plekken liggen bij een brug, haven of rivier?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Duikertje | Een kleine doorgang onder een weg of dam. Water kan er van de ene kant naar de andere kant doorheen stromen. |
| Brugpijler | Een dikke paal die een brug draagt. |
| Haveningang of havenmond | De plek waar je vanuit een haven het grotere water op gaat. |
| Krib | Een stenen dam die vanaf de oever een rivier in loopt. |
| Kribvak | Het water tussen twee kribben. |
| Stroomnaad | De plek waar snelstromend water naast rustiger water stroomt. |
| Keerwater | Water dat achter bijvoorbeeld een krib of brugpijler terugdraait. |
Wat ligt er langs de oever?
| Woord | Wat betekent het? |
|---|---|
| Inhammetje of zijtak | Een klein, beschut deel van het water of een aftakking van het hoofdwater. |
| Rietkraag | Een strook riet langs de oever. |
| Lelieveld of wierrand | Een plek met waterplanten, of de rand van die planten. |
| Overhangende takken | Takken die boven het water hangen of erin steken. Een vis kan eronder schuilen. |
Als iemand een vangst beschrijft, vertelt hij vaak precies bij welke van deze plekken het gebeurde. Zo wordt "bij de brug" bijvoorbeeld "naast de brugpijler".
Hoe lees je nu zo'n vangstverhaal?
Stel dat iemand schrijft: "Instant sessie op een nieuwe stek. Eerst een tik bij de wierrand, daarna een beuk onder eigen kant. Tijdens de dril dacht ik aan een PR, maar het werd een losser."
Die visser had de plek niet eerst aangevoerd. Hij voelde een zachte beet bij de waterplanten. Later beet een vis hard, vlak bij de oever. Het leek zijn grootste vis tot nu toe, maar de vis schoot van de haak.
Dan weet je wat er gebeurde, ook als je zelf nog nooit een fluiter hebt gehoord. Kom je toch een woord tegen dat hier niet staat? Vraag gerust wat ermee bedoeld wordt. De meeste vissers leggen het wel even uit.
Leg je eigen vangsten vast
Lurify houdt je vangsten en stekken bij, ook zonder bereik. Meld je aan voor de bèta en vis mee.
Meld je aan voor de bèta